Optocht

  • Bericht auteur:
  • Berichtcategorie:Uncategorized

Dit jaar hebben we al twee stormen getrotseerd. Vooral die laatste was pittig. Ik had het geluk een thuiswerkdag te hebben. In tegenstelling tot mijn vrouw die nog wel redelijk makkelijk in Utrecht aankwam, maar thuiskomen bleek een hele onderneming. Precies op die dag was het bij ons ‘papierophaaldag’. In onze straat is iedereen braaf, dus stonden de grijs-met-blauwe bakken keurig aan de rand van de weg. Tot ongeveer half elf althans. Vanaf dat moment besloten de weergoden alle trossen los te gooien en er nog een schepje bovenop te doen. Ik stond op dat moment voor het raam in onze woonkamer en was er getuige van dat er een voorstelling startte van grote plastic bakken die met open mond door de straat dansten en hun papieren inhoud vrolijk de vrijheid gunden. De bakken stuiterden tegen bomen, muren, auto’s en elkaar. In een hoek van een huis met uitbouw lag een groepje naar adem te happen van zoveel geweld; hun kleppen gingen wild open en dicht. Ondertussen werden alle bomen en struiken versierd door dag-, week en reclamebladen, lege en ongeopende enveloppen en zelfs een verfomfaaid seksblaadje. Het was een kleurrijk feest. Een aantal straatgenoten, ik was er een van, verlieten met gevaar voor eigen leven hun woning en sloten zich aan bij de wilde dans. Er ontstond iets zeldzaams: mensen kwamen in verbinding. Volslagen onbekenden riepen, graaiend naar ontsnapt papier, in de loeiende storm opmerkingen naar elkaar die niemand verstond. Het werd een vrolijke bende. Mijn schuinoverbuurvrouw die sinds enige tijd volledig is afgekeurd vanwege haar rug, bleek dankzij de storm opeens pijnvrij te zijn en werd de absolute papierraapkampioene van de buurt. Een vrouw van acht huizen verder trok juist op tijd een man van nog weer verder weg opzij. Anders was die vast geraakt door de vallende tak die hij niet had zien aankomen. Ze omhelsden elkaar innig, zijn vrienden voor het leven, zo fluistert men.
Plotseling bereikte ons, meegevoerd door de wind, een donker, brommend geluid. We keken allen op en richtten onze aandacht naar het einde van de straat waar de mannen van de ophaaldienst met hun grote vrachtwagen de hoek omkwamen. Nu weet ik waar de term ‘mannen van stavast’ vandaan komt. De twee grote kerels deden hun werk alsof het een windstille voorjaarsdag was. Wat er nog aan bakken overeind stond, leegden zij in de grote bek van hun vrachtwagen waarna ze de lege bakken in windstille hoekjes terugzetten. Ze groetten ons nonchalant. Het had weinig gescheeld of we hadden ze bij het passeren een staande ovatie gegeven. Maar die zou toch maar verwaaien.